Bij het onderhoud van roterende machines is het balanceren in bedrijfstoestand zowel technisch als bedrijfseconomisch zeer aantrekkelijk.
In tegenstelling tot het balanceren op een balanceermachine kan bij het bedrijfsbalanceren de rotor ingebouwd blijven. Hierdoor worden montagekosten bespaard en kan een grote tijdswinst behaald worden.
Om deze redenen is het balanceren in bedrijfstoestand gebruikelijk bij ventilatoren, koelfans, centrifuges, separators, gasturbines en andere machines die in bedrijfstoestand met onbalans te maken kunnen hebben.
Door een rotor compleet gemonteerd (na) te balanceren, kan bovendien een betere balanceerkwaliteit bereikt worden. De reden hiervan is dat montage- en bedrijfsinvloeden eveneens gecorrigeerd worden. Hierbij spelen onder andere passingstoleranties, spelingen, rotor-elasticiteit, het arbeidsmedium en thermische invloeden een rol. Daarom worden bijvoorbeeld hoogtoerige gereedschapsspindels, aandrijfassen en hoge temperatuur ventilatoren in bedrijfstoestand nagebalanceerd.
Dit resulteert in een rustiger loopgedrag, een lagere belasting van de algehele machine en op de omgeving en een betere productkwaliteit.
De volgende onderwerpen komen in de cursus aan de orde:
- Basistheorie van de balanceertechniek
- Onbalansoorzaken
- Soorten onbalans (statisch, koppel en dynamisch)
- Balanceernorm ISO 1940 en trillingsmeetnorm ISO 10816
- Bepaling toelaatbare restonbalans
- Werkwijze balanceren in bedrijfstoestand (1- en 2-vlaks)
- Mogelijke problemen en oplossingen
Tijdens de cursus worden praktische oefeningen uitgevoerd om de leerstof in de praktijk te zien.